Mijn ouders hebben mij Rooms-Katholiek opgevoed. Vlak na mijn geboorte ben ik gedoopt. De heilige communie heb ik gedaan in de 2e klas, tegenwoordig groep 4, van de lagere school. Ik ging van jongs af aan samen met mijn ouders en mijn zus iedere zondag naar de kerk. Vanzelfsprekend werd ik misdienaar, mijn vader was dat ook geweest. Als laatste kreeg ik het Heilig vormsel in de 6e klas (nu groep 8) van de lagere school. In Leiden zat ik op de Hartebrugschool aan de Haarlemmerstraat. Als er in de Hartebrugkerk een uitvaartdienst was werd ik regelmatig van school gehaald om daarbij misdienaar te zijn.
Ad Sanctos, destijds met hun rouwcentrum aan de Lange Mare, deed alle katholieke uitvaarten in Leiden en omstreken. Ik hoor Peter van der Geijn nog zingen als hij met de overledene de kerk uitging: “Niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor zichzelf, wij leven en sterven voor God onze Heer, aan hem behoren wij toe.” Ik word dit jaar 65. De laatste begrafenis die ik vanuit de Hartebrugkerk, als misdienaar, heb meegemaakt was toen ik 12 was. Zelfs na 53 jaar kan ik dit zo zonder na te denken nog steeds meezingen.
Ik groeide op met traditionele katholieke gebruiken, zo ook 1 en 2 november. Allerheiligen en Allerzielen. Twee dagen om stil te staan bij de eindigheid van het leven. Onze dierbaren die we moeten missen, maar ook de mooie herinneringen die we samen delen. Maar wat houdt Allerheiligen en Allerzielen precies in? Waar komt het vandaan? En hoe viert de Oudkatholieke Kerk dat nou eigenlijk? Dat leg ik je graag uit in dit blog.
